Mijn dromen, deel vijftien

18 January 2010

images.jpeg

Ik sta in een weiland. Het ruikt enorm naar koeienvlaaien en besmette kippen. Opeens komt er een man uit een gat in de grond gekropen. Het is Ron Brandsteder. Hij is gekleed in een glimmend blauw showpak en het verstrijken der jaren heeft zijn spontane en charmant onhandige uitstraling geheel intact gelaten. ‘Hee Ron, hoe gaat ie?’, informeer ik losjes.
Hij geeft geen antwoord maar kijkt me slechts aan. Dan begint hij te lachen. Onmiddellijk houdt hij schuldbewust een hand voor zijn mond, maar hij kan niet ophouden. Vanachter de hand proest hij gestaag verder.
‘Wat is er zo grappig, Ron?’, vraag ik.
Ron begint nu hevig te schokschouderen. ‘Hou op Andre, je maakt me gek’. kraait hij.
‘Ik ken geen Andre’, roep ik.
‘Hahaa, wat een geweldige timing!’, schatert Ron.
Dan voel ik iets op mijn hoofd. Ik haal er een voorwerp van af. Het is een fluitketel. Ik bedenk me geen ogenblik en sla Ron met de ketel keihard op zijn neus.
Vlak voor hij bewusteloos in het gras neerstort zegt hij nog: ‘ Je bent een genie, Andreetje!’
Ik schrik wakker.

Comments are closed.