Mijn dromen, deel twaalf

8 November 2009

images3.jpeg

Ik ben de broer van Tom Cruise. We rijden samen in een Opel Datsun door Noord-Duitsland, op zoek naar de zin van ons leven. Ik beweeg vrijwel de hele tijd spastisch met mijn handen en roep dingen als ‘afdruiprek’, en ‘driezitsbank’ zonder aanwijsbare reden. We stoppen bij een wegrestaurant. Tom bestelt een uitsmijter en een paar extra kussentjes voor op zijn stoel. Ik neem de kroketten met friet. Wanneer de serveerster onze bestelling brengt stoot ze een beker met tandenstokers om. De beker valt kapot op de grond en de tandenstokers verspreiden zich over de vloer van het restaurant. Ik kijk naar de stokertjes en roep instinctief: ‘zevenenveertig!’
De serveerster verontschuldigt zich, haalt veger en blik en ruimt de stokers op. Voor ze wegloopt tikt ze me op de schouder. Ik keer mijn hoofd naar haar toe; een halve kroket onopgegeten in mijn mond.
‘Wat nou zevenenveertig?’, zegt de serveerster.
‘Het waren er vijfentwintig. Ben jij een debiel of zo?’
Tom knikt bevestigend. Dan vraagt hij nog twee extra kussentjes.
Ik schrik wakker.

Comments are closed.