Mijn dromen, deel elf

7 November 2009

images2.jpeg

Ik zit thuis op een stoel naar het plafond te staren. Na een paar minuten tracht ik op te staan, maar hoe hard ik het ook probeer, het lukt niet. Ik werp een zijdelingse blik op de spiegel en zie dan waarom: ik ben zo vet als een volwassen nijlpaard met zware botten. Ik besef dat iemand me zal moeten helpen. Ik pak mijn mobiel om de politie te bellen, maar ik kan de toetsen niet bedienen met mijn worstvingers. De telefoon glibbert uit mijn hand en valt op de vloer. Urenlang schreeuw ik uit volle borst om help, totdat een buurman me in de namiddag eindelijk hoort. De brandweer wordt gebeld en vijf brandweermannen tillen me uit mijn stoel. Ik werp een blik op mijn voordeur en besef dat ik er niet meer doorheen pas. Ik vraag de brandweer of ze de zijkant van mijn huis willen slopen, zodat ik naar buiten kan om een luchtje te scheppen. De brandweer doet wat ik vraag en ik rol gezellig naar buiten. Daarna word ik naar de Aldi getakeld, waar ik een voordeelzak snickers, drie tompoezen, twintig zakken paprika chips en een rolletje mentos koop. Ik wil ook nog een paar kilo spareribs, maar die zijn niet op voorraad.
Maakt niet uit, ik ben toch aan het lijnen.
Op de weg terug naar huis krijg ik opeens geweldig veel zin om te gaan breakdancen. Ik ga naar de grond en begin te grooven op de muziek in mijn eigen hoofd.
Er vormt zich al snel een groepje mensen om me heen dat me toejuicht en ritmisch klapt, onder het herhalen van de yell’ Go fatboy, go fatboy’.
Opeens gaat mijn breakdanceperformance over in een zware hartaanval. Ik probeer om hulp te roepen, maar het uitzinnige publiek denkt dat mijn stuiptrekkingen bij de act horen, en hun enthousiaste gejuich overstemt mijn doodsgereutel.
‘Kijk, er komt slijm uit zijn mond’, roept een mooi jong meisje. Dan voel ik een steek in mijn hart.
Ik schrik wakker.

Comments are closed.