Mijn dromen, deel acht

28 October 2009

images9.jpeg

Ik word gebeld door de krant. Ze willen een interview met me. Ik blijk de enig overgebleven Nederlander te zijn zonder eigen tv-programma. In een klein cafeetje wacht ik op de journalist. Ik heb een bak met kapucijners over mijn hoofd uitgegoten om niet te arrogant over te komen. Om me heen hoor ik geroezemoes. ‘Kijk, dat is die gast zonder eigen tv-programma. Wow, wat super interessant.’
Ik glimlach en bereid me voor op mijn toekomstige faam. Dan begint mijn hand te rinkelen. Het is de journalist. Hij belt af, want in Goorle is een bunzing gevonden die vloeiend Frans spreekt, al is het dan met een zwaar Nederlands accent. Terwijl ik mijn tosti eet vervloek ik in stilte de bunzing. Verdomde, rottige, briljante bunzing.
Ik schrik wakker.

Mijn dromen, deel zeven

26 October 2009

images8.jpeg

Ik loop in de sneeuw. Ik zie geen hand voor ogen; er is alleen maar mist en kou. Dan hoor ik hoor geschreeuw uit de verte. Ik begin te rennen. Het geschreeuw houdt aan en wordt harder. Eerst denk ik nog dat het de doodskreet is van een dier is dat wordt gevild, maar als ik op vijftig meter ben besef ik dat deze geluiden worden gemaakt door een mens. Dan zie ik het. Een paar kinderen zijn aan het intrappen op een oudere man. Wanneer ze me ontwaren, zetten ze het op een lopen. Lafaards. Ik loop naar de oude man. Hij ligt languit op de grond. Wanneer ik op minder dan een meter van hem ben, keert hij zich op.
Het is de Kerstman.
‘Ho ho ho’, zegt hij.
Maar het klinkt niet vrolijk. Het klinkt zwaar sarcastisch.
‘Gaat het?’, vraag ik.
De Kerstman rochelt op de grond, langdurig en met veel geweld. Dan kijkt hij me aan.
‘Je denkt zeker dat je punten hebt gescoord?’, vraagt hij. ‘Omdat je ‘vadertje kerstmis’ hebt gered. Denk je dat je nou meer cadeautjes krijgt? Vergeet het maar, smerige parasiet. Een bak met kots kan je krijgen’.
De Kerstman veegt wat bloed van zijn mond en zet dan een zonnebril op. Zonder me nog een keer aan te kijken schuifelt hij weg bij me vandaan.
‘Tonto, Barry, Klazina, waar zijn jullie?’, is het laatste dat ik hem hoor roepen.
Ik schrik wakker.

Mijn dromen, deel zes

26 October 2009

images7.jpeg

Ik kijk uit mijn raam en zie in de verte een kernbom ontploffen. Twee seconden later is mijn huis omringd door een leger van gemuteerde zombies die grommend en schreeuwend op mijn voordeur afwaggelen. Een van de zombies loopt wat kwieker dan de rest. Ik kijk eens goed. Het is geen zombie, maar mijn kapper, Gert de Bussonaire.
Ik steek mijn hoofd door het raam.
‘Zijn wij de enige overlevenden?’, schreeuw ik.
‘Ik ben dood’, roept een zombie.
‘Ik heb het niet tegen jou, ik heb het tegen mijn kapper’, schreeuw ik.
‘Hoezo heb jij een eigen kapper?’, vraagt een andere zombie.
‘Het is niet echt ‘mijn’ kapper, maar ik kom wel eens in zijn winkel’, schreeuw ik.
Opeens voel ik een prik in mijn nek. Ik draai me om en kijk recht in het gezicht van Gert du Busonairre.
Zijn magere gezicht is bezweet en zijn oranje hanenkam hangt als een dikke spaghettisliert van zijn voorhoofd. Ik lees angst in zijn ogen. Angst vermengd met kloeke vastberadenheid.
‘We hadden voor vandaag een afspraak’, zegt Gert met raspende stem. ‘Mijn winkel is opgeblazen, dus ik dacht: ik kom op huisbezoek. Ik vind het einde van de wereld geen reden om je werk te versloffen. Heb ik gelijk of niet?’.
Hij begint me te knippen, en terwijl we de horde zombies langzaam de trap horen opkomen, probeert hij manmoedig de sfeer erin te houden.
‘Het is me wat, he? Met al die kernbommen en dooien’, babbelt hij.
In de reflectie van het raam zie ik een zombie opdoemen achter Gert. Ik wil hem waarschuwen, maar ik besef dat ik er geen zin in heb.
Voordat Gerts hoofd van zijn romp wordt gerukt, spreekt hij nog een laatste zin.
‘Trouwens, het was technisch gesproken niet echt ‘mijn’ winkel. Ik werkte er alleen maar’.
Ik schrik wakker.

Mijn dromen, deel vijf

25 October 2009

images6.jpeg

Ik kijk omlaag en ik zie een dwerg staan, gekleed in een groen houthakkersuniform. ‘Welkom in het woud van de wonderen’, kraait hij. Ik kijk om me heen en zie dat ik in een ijzerwarenwinkel sta.
‘Waarom ben jij zo’n vette leugenaar?’, vraag ik de dwerg. Ik kijk hem uitdagend aan, wetend dat ik een eventuele vechtpartij moeiteloos zal winnen.
‘Het spijt me’, zegt de dwerg. ‘Ik doe me graag voor als een grote vent, die de baas is van een magisch woud en zo’, zucht hij.
Ik priem mijn grotemensenvinger richting zijn kleine hoofd. ‘Foei, dwergmans’, zeg ik.
‘En oh ja, doe maar een pond spijkers of zoiets’.
Ik schrik wakker.

Mijn dromen, deel vier

24 October 2009

images4.jpeg

Ik loop in de woestijn. Het is zodanig heet dat ik gedeeltelijk ben gesmolten. Opeens ben ik op een feest en sta ik met een idioot mooie vrouw te praten. Ik maak rare klukgeluiden en doe een idioot dansje. Tot mijn verrassing vind ze het enorm charmant. Ze knipoogt en wijst op haar borsten. Het is duidelijk dat we het gaan doen. Net als we naar haar slaapkamer willen lopen, komt er iemand tussen ons in staan. Het is Martin Brozius. ‘Ik heb een idee voor een tv-programma’, zegt hij.
Ik leg uit dat ik geen netmanager ben en dus geen enkele macht heb in tv-land.
‘Het is een soort kruising tussen ‘Ren je Rot’ en ‘Wie is de Mol’, zegt Martin Brozius, duidelijk niet van zijn stuk te brengen.
Terwijl hij me een half uur lang doorzaagt over zijn tv-idee zie ik uit mijn ooghoek dat mijn droomvrouw langzaam verandert in een plastic piraat.
Uiteindelijk besluit ik dat ik Martins idee een kans zal geven. We beginnen met vijftig afleveringen in de vooravond, en dan zien we daarna wel of het aanslaat. Martin heeft al een titel bedacht. ‘Wie is Rot?’
Ik lach hem in zijn oude gezicht uit.
Waarom doe ik dat? Waarom zo onaardig?
De plastic piraat wenkt naar me.
Ik schrik wakker.

Mijn dromen, deel drie

23 October 2009

images2.jpeg

Ik droom dat ik een komedieoptreden heb en constant geheckeld wordt door een oudere man in het publiek. Na een kwartier vraag ik vraag ik de man het podium op te komen, hopend dat hij daar te bang voor zal zijn. Hij springt kwiek uit zijn stoel en rent naar de microfoon. Ik schrik, want ik zie wie het is. Het is Gerard Cox. Maar geen gewone Gerard Cox. Het is Gerard Cox met het lichaam van Aart Staartjes, en het hoofd van Aart Staartjes. Het is kortom ofwel een verdomd goed vermomde Gerard Cox of het is Aart Staartjes. Aart/Gerard pakt de microfoon uit mijn hand en begint de zaal wat oudbakken moppen te vertellen. Ze lachen zich suf. Ik sta aan de rand van het podium, totaal voor paal. Letterlijk. Ik sta voor een paarse, lichtgevende paal. Dan voel ik mijn gezicht langzaam opensplijten. Mijn tong valt uit mijn mond op de grond en kruipt langzaam de zaal uit. Aart/Gerard maakt er een opmerking over, die goed valt.
Ik schrik wakker.

Mijn dromen, deel twee

23 October 2009

images1.jpeg

Ik droom dat ik op de maan loop en opeens enorme zin krijg in een ijsco. Normaal zou ik een woord als ‘ijsco’ nooit gebruiken, maar op de maan klinkt het precies juist.
Opeens staat er een ijscoman voor me. Ik herken hem als Ruud uit het Big brother huis.
‘Een ijsco voor meneer?’, vraagt hij.
‘Ruud?, ben jij het?’, vraag ik.
Hij knikt, duidelijk trots.
Ik schud mijn hoofd. ‘Ruud, kun je me uitleggen waarom ik nu al twee dagen achter elkaar droom over totaal oninteressante en totaal uit beeld verdwenen BN-ers? Gisteren Chriet fucking Tietulair en vandaag jij. Ik weet verdomme je achternaam niet eens. Het enige dat me van je is bijgebleven is je volgevreten kop, en die afschuwelijke slogan van je.
‘Laat je niet in je kont graaien’.
Ruud schudt belerend met zijn vinger.
Hij leunt voorover, tot zijn vette tronie de mijne akelig dicht is genaderd.
‘Laat je niet gek maken’, fluistert hij.
Ik bestel een aardbeienijsco.
Normaal zou ik nooit aardbeien nemen, maar op de maan lijkt dit precies de juiste keuze.
Ruud geeft me de ijsco en leunt wederom voorover.
Hij laat me de palm van zijn linkerhand zien.
Er is met een mes een woord in gekerfd.
Het woord is ‘gezelligheidsdier’
Ik schrik wakker.

Mijn dromen, deel een

21 October 2009

images4.jpeg

Ik droom dat ik zit opgesloten in het huis van de toekomst, samen met Chriet Titulair. Chriet is heel erg boos omdat ik hem niet gelijk herken. Hij zit een aflevering van ‘Knight Rider’ te kijken. (de aflevering waar Kitt een evil twin brother blijkt te hebben)Ik zie de videoband liggen en ik vraag Chriet waarom er geen Blu-ray speler staat in het huis van de toekomst. Chriet legt me uit dat de wereld in de nabije toekomst getroffen zal worden door een zware kernoorlog, die de mensheid zo’n vijftig jaar zal terugwerpen in technologische ontwikkeling. Dit betekent dat het huis van de toekomst minder geavanceerd is dan mijn huidige woning.
‘Thanks a fucking bunch, Chriet’, schreeuw ik.
Chriets baard word paars en hij veranderd in een razende buffel.
Ik schrik wakker.