22 April 2008

Derk Pronterman
Thuis in Bikkerschot (weekend-editie)
Toen eind vorig jaar bekend werd dat de Kolibries er na vijf jaar eindelijk een punt achter hadden gezet, vierden sommige recensenten openlijk feest. De marteling was voorbij. Het afschuwelijkste cabaretgezelschap aller tijden was eindelijk dood. Voor altijd kapot en weg, weg weg! Karel Bloskaak van de Berenschotse Courant ging nog het verst door in een beschouwing de carrière van de Kolibries vergelijken met een ‘kankergezwel’, dat ‘geen dag te vroeg was weggesneden.’
Maar net als in het vervolg op een slechte horrorfilm, blijkt dat de rampspoed nu pas is begonnen.
Remco Kolenboer is solo gegaan. Ja, u leest het goed. Remco Kolenboer, de onsmakelijk corpulente en zonder twijfel minst talentvolle van de Kolibries (behalve als je onnodig zweten als een talent ziet) treedt dit seizoen op in het land met zijn soloprogramma ‘ Eindelijk Vrij’.
De titel lijkt te suggereren dat Kolenboer zich artistiek geremd voelde door zijn collega’s. Dit klinkt op zich als een lachwekkend statement, maar is na het bekijken van Kolenboers programma eerder waanzinnig te noemen.
In de flyer wordt de show aangekondigd als een kruising tussen stand-up, hiphop en cabaret. In praktijk zaten de vijftien toeschouwers in de kleine zaal van de Bikkerschotse Ballenbak te kijken naar een onbedoelde parodie op menselijke waardigheid.
Kolenboer treedt op met een microfoon en sloeg er tot driemaal toe in met zijn onhandige lichaam verward te raken in het microfoonsnoer. Eenmaal stond hij, met de rug naar de zaal en hevig vloekend, een volle minuut te stuntelen met het snoer. De overige twee maal viel hij op de grond als een logge, stinkende zak aardappelen. Bezoekers van Kolibrieshows uit het verleden zullen begrijpen dat deze twee onbedoelde valpartijen het komische hoogtepunt van de avond waren.
Schreeuwen door een microfoon is volgens Kolenboer waarschijnlijk stand-up, cabaret heb ik niet gezien, en het hiphop gedeelte bestond er uit dat onze vriend na een half uur aan de zaal vroeg of er ook ‘lekkere bitches in the house waren.’
Toen een bijdehand meisje op de eerste rij riep dat Kolenboer zelf de ‘ de lekkerste tieten ’ had, kreeg de komiek een kreeftrode kop en had hij niets scherpers terug dan ‘ houd je mond, hoer.’
Wanneer zweten en schelden olympische sporten waren, dan was de heer Kolenboer van tweemaal goud verzekerd.
Kolenboer sloot na 39 minuten af met de woorden; ‘ Nou mensen, voor een try-out ging het best wel lekker, of niet..?’
Daarop riep een oude man vanuit de zaal wat de rest van het publiek op dat moment alleen maar dacht: ‘ Ik hoop dat jij snel onder een auto komt!’
12 April 2008
Door Gerard Klopperfin
De Kolibries, bestaan die nog? Helaas wel.
Dit Amsterdamse trio staat al jarenlang bekend als de rotste appel aan de veel te grote Nederlandse cabaretboom, maar de heren gaan stug door.
‘Onoverwinelijk’, is de titel van hun nieuwe show. Het woord is fout gespeld op de posters. Bij een andere artiest zou je in zo,n geval denken dat het om een ironische grap gaat, bij de Kolibries weet ik zeker dat de fout niet opzettelijk is, maar het gevolg van pure stompzinnigheid.
Ik telde een man of twintig in de kleine zaal van theater Kakelbeest in Terepoel.
‘Zal mij benieuwen of het nog slechter is dan vorige keer’, liet een bezoeker zich voor aanvang ontvallen. Dat is dus het soort mensen dat tegenwoordig op een show van de Kolibries afkomt. Ramptoeristen. Het soort mensen dat met een zak chips naar een verkeersongeluk gaat staan kijken.
Wel, deze mensen werden niet teleurgesteld, want een ramp was het.
Een lijn was niet te ontdekken in de show, slechts een stinkende lappendeken van onintressante en hoogst onorginele sketches passeerde de revue.
Voorbeeld: De heren kwamen op met tennisrackets en begonnen daarmee guitaar te spelen. Deze onzin ging zeker een kwartier door. Zelfs op een kinderfeestje zou zo,n act zijn weggezet als clicheematige rommel, maar de Kolibries lijken geen enkel besef meer te hebben van wat kwaliteit is.
Zeker vijf minuten gingen op aan het ‘aansteken van elkaars scheten’, zoals Remco Kolenboer olijk aankondigde. (wat een onsmakelijke vetzak is dat trouwens!)
Natuurlijk mislukte dit, met als gevolg dat de hele zaal- op dat moment nog een man of tien- naar een volwassen man zat te kijken die met zijn reet naar achteren ‘leuk’ stond te doen, geflankeerd door een andere volwassen man die vloekend aan het klooien was met een bic-aansteker.
Het zijn dit soort momenten waarop deze recensent zijn vak haat.
Elkaar in het gezicht spugen, kinderliedjes zingen, boeren laten op het ritme van House-muziek.., in de droomwereld waar de Kolibries leven is het allemaal aanvaardbaar, maar het publiek lijkt er nu eindelijk definitief genoeg van te hebben.
Na ongeveer een uur werd een oude vrouw letterlijk fysiek onpasselijk op de eerste rij.
Geen prettig incident, maar tijdens deze show van de Kolibries een welkome onderbreking.
De vrouw stond op uit haar stoel en waggelde naar voren. De straal kots die haar mond verliet en op de zijkant van het podium belandde gaf perfect weer wat men in de zaal van de show vond.
Het publiek heeft de Kolibries (Of ‘de Kloten-pies’, zoals een jongere bezoeker het trio toepasselijk noemde) nu definitief links laten liggen, blijft nog maar een vraag over: waarom worden deze talentloze idioten nog in zalen geboekt?
Ik richt me bij deze graag tot alle theaterdirecteuren van Nederland.
Boek deze jongens niet meer. Ze kunnen niets.